Onderzoek van de speekselklieren

Het consult bij de kaakchirurg zal vooral bestaan uit het grondig navragen van de ziektegeschiedenis, de medisch- chirurgische voorgeschiedenis en uiteraard medicatiegebruik. Nadien zal de speekselklier onderzocht worden met inspectie en palpatie (kijken en voelen). Een speekselsteen kan soms gevoeld worden in de mondbodem of in de wang.

 

Ook zal er een overzichts-rontgenfoto (orthopantomogram) van de kaak worden gemaakt. Hierop zijn soms speekselsteentjes zichtbaar

 

Na dit algemeen onderzoek kan er nog aanvullend onderzoek nodig zijn om tot een juiste diagnose en uiteindelijke behandeling te komen.

Echografisch onderzoek

Dit is een eenvoudig, pijnloos onderzoek met geluidsgolven, waarbij kan worden uitgemaakt of er speekselstenen zijn en waar zich die bevinden. In geval van een gezwel kan worden gezien hoe dit gezwel ten opzichte van de speekselklier ligt.

Echografisch geleide punctie

Met een naald (vergelijkbaar met bloedprikken) worden uit het weefsel cellen opgezogen, die onder de microscoop worden bekeken. Meestal kan hiermee al worden uitgemaakt om wat voor gezwel het gaat.

Sialografie

Dit is een röntgenonderzoek, waarbij contrastvloeistof in de speekselkliergang wordt gespoten.

CT-scan of MRI

Hierbij worden de gemaakte opnames met een computer tot een speciaal beeld omgezet. In een aantal gevallen is het gewenst via deze methode aanvullende informatie te verzamelen.

Biopsie

Bij een biopsie wordt een stukje weefsel verwijderd voor onderzoek onder de microscoop. Dit weefsel wordt onderzocht door de patholoog. De kleine speekselkliertjes liggen oppervlakkig in het mondslijmvlies. Hierdoor kan bij afwijkingen van de kleine speekselkliertjes gemakkelijk een biopsie worden gedaan.

 

Een biopsie vindt plaats onder lokale verdoving, vergelijkbaar met de verdoving bij de tandarts. Nadat de verdoving enkele minuten is ingewerkt wordt uit de afwijking een klein stukje weefsel gesneden. Meestal wordt de wond met enkele hechtingen gesloten. Dit zijn oplosbare hechtingen en hoeven dus niet te worden verwijderd.  

 

Het verwijderde weefsel wordt opgestuurd naar de patholoog en bekeken onder de microscoop. De door de patholoog gestelde diagnose is na ongeveer een week bekend. Aan de hand van deze diagnose zal de kaakchirurg het behandelingsplan bespreken.

Dit werk is auteursrechtelijk beschermd ©  |  kaakchirurg  |  Privacy statement  |  Disclaimer  |  Kaakchirurgie St. Anna op Facebook  |  Google +
St-Anna - Kaakchirurgie Geldrop